15 mei 2016

Pinksterfeest

De wind waait
Door landen, steden, dorpen
De wind waait
Geen plek blijft onberoerd

De wind waait
Een kale boom krijgt knoppen
Een dorre tak wordt plotseling fris en groen

De wind waait
Door deuren, kieren, gaten
De wind waait
't Gaat dwars door muren heen

De wind waait
Een zware toren wankelt
Een muur zakt in, een hoge troon valt om

De wind waait
Blaast tranen uit de ogen
De wind waait
Een dode man staat op



27 februari 2016

Op weg

Rechts zie ik de wolven
en links zie ik de nacht
Maar wees niet bang, mijn liefste
Ik houd vannacht de wacht

Wees niet bang, geloof me
Het bos is zwart en nat
Maar als we steeds maar door gaan
Dan komt er ooit wel wat

Zo samen door het donker
Jouw armen om mij heen
Ik kus je tranen, zing een lied
Je bent hier niet alleen

De maan mist wel een hapje
En 't pad is veel te smal
Maar ik ben hier dichtbij je
En God is overal


4 januari 2016

Mij mist

Wij kampten vandaag met een kerstvakantiekater. Allemaal. Dat schept natuurlijk een band, maar meer voordelen zijn er niet te behalen uit een gebroederlijk balen. Ik poetste met het gezicht van een oorwurm de keuken, terwijl de meiden ongeloofwaardig braaf aan het tekenen sloegen. Dat hielden ze in totaal zo'n drie uur vol. Dat klinkt misschien geweldig, maar ik vermoed dat het een therapeutisch tekenen was, om een groot gemis te verwerken. Toen ik namelijk om half zes zei dat hun vader bijna thuis kwam, zei Sifra: "Mij mist." Haar Nederlands mag dan nog niet optimaal zijn, maar ze kon tenminste zeggen wat wij alle drie voelden.

23 december 2015

Peuters en lummels

De liefde is de toestand waarin de mens de dingen het meest ziet zoals ze niet zijn, sprak ooit Friedrich Nietzsche. Waarschijnlijk heeft hij gelijk. Ik vind mijn man en kinderen vast geweldiger dan ze eigenlijk zijn. Andere kinderen vind ik soms irritant, vies, dom of oervervelend, maar die van mezelf vind ik altijd reuze leuk.

Afgelopen weekend zei ik tegen een moeder van (bijna) volwassen kinderen: "Het lijkt me zo gek om zulke oude kinderen te hebben! Wij hebben vanaf 19.00 uur het rijk voor ons alleen. Jij hebt tot 23.00 uur van die lummels op de bank hangen." Weet je wat ze zei? "Jij denkt aan lummels van een ander, maar als het je eigen lummels zijn, is het lang zo erg niet."

Waarschijnlijk heeft ze gelijk. Ik probeerde me onze peuters als lummels voor te stellen, hangend op onze bank met een zak chips. Het leek me ineens best gezellig.

Maar zo ver zijn we gelukkig nog lang niet. Vorige week werd Sifra twee jaar. In twee jaar tijd evolueerde ze van een kleine, schattige, altijd-verbaasd-kijkende baby naar een grappig, bijdehand poppetje met eeuwige snottebellen. En ik stond erbij en keek er naar. 



Lieve Sief, je bent vast lang niet zo fantastisch als ik jou vind. Maar hé, wat maakt ons dat uit?


22 december 2015

Assurantiekoffie

Er zijn genoeg bedrijven waar ik nooit zou willen werken. Verzekeringsmaatschappijen, notariskantoren, abortusklinieken, banken, vuurwerkwinkels, een filiaal van Zeeman... Vanmorgen werd mijn lijstje nog wat langer. 

Ik fietste (door het donker en de regen) naar mijn werk en passeerde een niet nader te benoemen assurantiekantoor (wat is dat eigenlijk?). Ik zag een ongezellige ruimte met lege tafeltjes en stoeltjes en een groot koffiezetapparaat. Voor dat koffiezetapparaat stond een rij van - ik lieg niet - vijf meneren. Vijf meneren in pak, met een jas over de arm en een koffer in de hand. Ze keken stuurs voor zich uit, snakkend naar een koffieshot en zich afvragend of het leven eigenlijk wel zin heeft. Ze leken hun collega's niet eens te zien, laat staan te kennen.

Nu is het natuurlijk ook zielig om op 22 december te werken en om 8.00 uur 's morgens ben ik ook niet erg spraakzaam. Maar in kostuum zwijgzaam op je koffie wachten gaat mij echt te ver. Ik wens deze meneren prettige kerstdagen en heel spoedig een andere baan.


3 december 2015

Met een hoedje op

Je hebt van die dingen die je vroeger heel vaak riep of zong, maar die je, zodra je enigszins tot je verstand gekomen bent, zorgvuldig achterwege laat. Om ze, zodra je de volwassenheid nadert, gewoonweg te vergeten.

Tot je 28 bent en je gelukzalig over je basisschooltijd mijmert. Dan diep je ze met alle gemak op uit de krochten van je hersenen en voel je zelfs de behoefte om ze te delen op je blog.

Op het ‘kleine plein’ riepen we pauzes lang: “Wie wil er zaaacht zaaand, wie wil er zaaacht zaaand?” en maakten we ruzie om de ‘stuurkar’. Op het ‘grote plein’ riepen we bij het verstoppertje spelen: “Buut vrij voor de hele pot!” en “Verder van de pot af! Verder van de pot af!”.

Maar onze codetaal was nog uitgebreider. 
“Jongens pakken de meisjes? Kontje Kik? Of beeldenverkopertje?” klonk het bij het wat-zullen-we-nu-eens-doen-overleg.
“Even poten!” of “Donald Duckje zat op het krukje” bij het verdelen van de taken.
“Zonder terugtiks!” of “Zonder trucjes!” bij het doornemen van de regels.
“ABC, ik kap er mee” als je het zat was (of bijna verloor).

Maar het was niet allemaal onschuldig. Wat dacht je van “Wij protesteren, Henkie zonder kleren!”, “Ohdie de ohdie, ik ga het lekker zeggen, tegen de juffrouw”, “Hé jo captain Jack, Arjan is een meidengek!”, “Geeeeef acht! Schijt in je broek met volle kracht!” en “Wat je zegt ben je zelf met je kop door de helft”? En wat dacht je van het poëtische hoogstandje “Oele boele tiete voele”?

Nu is er één basisschoolkreet die ik nog graag gebruik. Als Sifra ’s morgens vanuit haar bed roept: “Maaama! Paaapa! Poep!” dan haast ik mij “Wie wees!” te roepen. Of, op een heel helder moment: “Wie wees met een hoedje op”. Want anders ben ik nog de sjaak.


20 november 2015

Laddertje

Ik heb dan wel een tijd in de Veluwse bossen gewoond, maar eigenlijk houd ik veel meer van vergezichten. Ik hou ervan heel ver weg te kunnen kijken, over zee of polder. Het geeft me lucht.

Soms voelt het leven als een dichtgegroeid Veluws bos. Dan vind ik alles zo ingewikkeld, dat ik alleen laaghangende takken en dikke doornstruiken zie. Dan zit ik te kniezen over allerlei Ellende. Grote Ellende (wat moeten we met al die vluchtelingen? hoe gevaarlijk is ISIS? waarom worden er zoveel abortussen gepleegd? hoelang duurt het voor ik direct met een aanslag te maken krijg? wordt dat meisje ooit nog beter? hoe komt dat huwelijk ooit nog goed?), maar ook Kleine Ellende (hoe kom ik droog op de peuterspeelzaal? wat moet ik vanavond eten? is dit nu de achtste of de negende keer dat ik de tafel schoonmaak? waar laat ik al die bladeren? waarom heeft de trein vertraging? hoe krijg ik ooit al die strijk weg?). Mijn hoofd kan soms zo vol zitten, dat ik door de bomen het vergezicht niet meer zie. 

Gisteren rende ik door de storm en miezer mijn hardlooprondje (nog steeds ja) en toen besefte ik me dat ik soms even een laddertje nodig heb. Soms moet ik even boven alle Ellende uitstijgen om het leven weer te begrijpen. Dan klim ik op mijn ladder, laat ik bij elke tree meer doornen en takken achter me om uiteindelijk ergens tussen hemel en aarde opgelucht adem te halen. Want met mijn hoofd in de hemel is alles goed.

Ik ben ervan overtuigd dat alle Ellende van deze tijd niet opweegt tegen de Heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden (Romeinen 8:18).




10 november 2015

Winterslaap

Ik ben dus zo iemand die, zodra de wintertijd aanbreekt, het liefst iedere avond op de bank hangt - en zich daar dan schuldig over voelt.

Eerst is het september. Dat gaat nog wel. Het leven raapt zichzelf na een flierefluitende zomer weer bijeen, de Verplichte Dingen gaan weer van start en de blaadjes verkleuren langzaam in prachtig vrolijke kleuren. Ik mag 'm wel, die september.

Maar dan komt oktober. Het gewone leven wordt wat saai, de blaadjes bruiner en de avonden steeds korter. In wanhopige pogingen om niet in een winterdepressie te storten, rent iedere Nederlander het bos in om prachtige plaatjes te schieten van herfstachtige taferelen. Kaarsjes worden uit het stof getrokken, winterkleren worden tevoorschijn gehaald en als de zon schijnt, zeggen we tegen elkaar: "Wat een heerlijk weer! 't Is nét zomer!"

Maar hoe we ook ons best doen: we ontkomen niet aan het kwaad. De donkere maanden stuiven zonder pardon ons leven binnen, ploffen tevreden op de bank om er toch zeker de komende 150 dagen niet af te komen.

En als ik nou lekker naast hen mocht zitten tot het licht weer doorbrak, dan zou ik het zo erg nog niet vinden. Zo samen op de bank met chocola en thee kan best gezellig zijn. Maar nee, de plicht roept. Keihard, elke dag weer. En als ik dan 's avonds uitgeblust op de bank plof, voel ik me nog schuldig ook.

Is het mijn calvinistische inborst? Mijn opvoeding? Geen idee. Ik hoor in ieder geval zodra ik op de bank plof, een stem die zegt: "Zit ik nu alweer op de bank? Eigenlijk zou je moeten opruimen/naaien/schrijven/verven/strijken/zingen/foto's uitzoeken*, luiaard!"

Gekkigheid, ik wéét het. Als ik hardlopend alle Houtense huizen binnen gluur, zie ik dat de hele mensheid op de bank hangt. Maar dat onthoud ik altijd maar heel even. Zo ongeveer tot ik thuis ben.

Maar vanaf nu ga ik het anders doen. Vanaf nu zit ik gewoon elke avond op de bank. Mét chocola en zonder schuldgevoel. Gordijnen dicht, kaarsjes aan. En ik wil er níémand over horen.

*doorhalen wat niet van toepassing is.


5 november 2015

Doffe ellende

5 november 2015. Een dag waarop je om 10.00 uur al kunt zeggen dat je beter in bed had kunnen blijven (mocht dat op de één of andere manier ook maar een beetje mogelijk zijn).

De wekker gaat. Half slapend sluip ik naar de badkamer, om geen kinderen wakker te maken. Want zolang zij slapen, kan ik wassen en aankleden zonder een kind aan mijn been. "Mama! Uit!" Helaas, mislukt. Vooruit dan maar weer. Dochter I kleren aan (terwijl Dochter II alle lampen op de hele bovenverdieping inspecteert), Dochter II kleren aan (terwijl Dochter I vertelt hoe je eierkoeken maakt) en gauw naar beneden.

Twee bekers melk, een broodje jam en een broodje gestampte muisjes verder kom ik tot de ontdekking dat ik nog in mijn ondergoed zit. Snelle check: de gordijnen zijn nog dicht. BAF! Manlief valt van de trap. "Ja, papa viel hè? Ja, dat doet zeer hè? Ja, hij viel zo van de trap hè? Ja, hij zei 'au' hè?" (Dochter II wil dat je alles herhaalt wat zij zegt).

Verdraaid, 7.10 uur alweer. En ik moet me nog aankleden. "Noa, blijf je even aan tafel zitten? Ik ga me wassen en aankleden." Vanuit de badkamer schreeuw ik: "Ja, gestampte muisjes is een soort poeder. Nee, papa is in Gouda en ik ga zo naar Amersfoort. Nee, Siebe is niet bij oma. Omdat hij gewoon thuis is. Omdat oma wel genoeg heeft aan twee kinderen. Nee hoor, twee bekers melk is genoeg. Ja, melk is goed voor elk, maar niet meer dan twee bekers. Ja, stroom is hetzelfde als elektriciteit." (Dochter I eist antwoorden op al haar vragen, ook op afstand.)

Om 7.30 uur zitten we op de fiets. Net op tijd bij oma. Net op tijd weer op de fiets om de trein te halen. Weg afgesloten. Omfietsen dan maar. Net op tijd bij de trein. Hoera! Gehaald.

Net als ik uitgehijgd ben (ik ben ondertussen op Utrecht Centraal), schiet het me te binnen: 5 november, 9.45 uur: consultatiebureau. Ah non, quelle barbe! In de trein terug dan maar. Ik kijk gegeneerd naar mijn medereizigers, maar realiseer me dan dat waarschijnlijk niemand van hen mij in de vorige trein heeft zien zitten.

De rest van het verhaal zal ik u besparen. Iets met een paar keer heen en weer fietsen door de regen, in een vest. Het liefst zou ik in mijn bed kruipen en doen alsof dit allemaal niet gebeurd is. Maar mijn plicht roept en mijn tosti's zijn op. Ik ga weer aan het werk.


28 oktober 2015

Daar is ze weer

Ja. Ik ben dus weer aan het bloggen geslagen. Maandenlang hield ik mijn digitale mond. Eerst vergat ik gewoonweg te bloggen, toen besloten wij onze tijd en energie in een verhuizing te steken en toen brak er een poos 'wennen' aan.

En ineens voelde ik de afgelopen tijd weer een drang om te gaan schrijven. Ineens had ik weer behoefte om de zaken om mij heen te vertalen in (on)leesbare hersenspinsels.

Geniet ervan zolang het kan.


Bekentenis

Jaren geleden begon ik - geheel tegen mijn zin, maar met het idee dat ik toch wát moest doen om mijn conditie op te krikken - met hardlopen. Of eigenlijk begon ik ongeveer vijf keer (om elke keer na drie weken te stoppen). Ik hou niet van hijgen, puffen en zweten, heb een groot tekort aan zelfdiscipline en bovendien kreeg ik zere knieën (echt hoor).

Maar nu ik de smoes 'we wonen heel erg buitenaf, dus ik kan niet in mijn eentje in het donker de straat op, wat vervelend nou' niet meer kan gebruiken, moest ik er van mezelf toch aan geloven. Vijf weken geleden begon ik vol goede moed aan een nieuw hardloopavontuur. Deze keer deed ik het niet op de bonnefooi, maar liet ik me opjutten door ene Evy die me in prachtig Vlaams vertelde wat mijn gemiddelde snelheid was (en hoe lang ik nog moest).

En wat blijkt? Hardlopen is weldadig. De eerste week was ik vooral verbaasd dat ik het leuk vond, de tweede week begon ik ergens een beetje trots te worden op mezelf en in de derde week begon ik zelfs mensen te vertellen over mijn hardloopavontuur. En dat is nogal wat, want als je deelt dat je begonnen bent, moet je het ook delen als je weer stopt (met oorverdovend gehoon en gelach als gevolg).

Ondertussen ben ik vijf weken verder en ik loop nog keurig drie keer per week heel Houten door (of nou ja, een gedeelte). Ik kan het zelf eigenlijk niet geloven. Toen ik gisteravond voldaan de achtertuin in kwam lopen, besloot ik het daarom op mijn blog te zetten. Want als ik nu besluit de hardloopharp in de wilgen te hangen, moet ik mijn falen nog aan veel meer mensen kenbaar maken. Au. Wat een heerlijke stok achter de deur. Dank voor het lezen!


6 oktober 2015

Woeste shit

Vanmorgen bracht ik de meiden weg op de fiets en toen ik vijf minuten later op het station arriveerde, zag ik in de ruit van het fietstransferium een woestaantrekkelijk kapsel met omhoogstaande pluiskrullen. "Hoera!" dacht ik. "Het is weer zo ver!"

Dat overkomt mij dus bij vochtig weer. Alleen daarom al heb ik een hekel aan regen. En nu mag ik dus de hele dag met pluiskrullen rondlopen, bij gebrek aan een stijltang op mijn werk. Gelukkig las ik net het volgende:

Mother Teresa didn't walk around complaining about her hair and thighs.
She had shit to do.


Misschien moet ik ook gewoon shit gaan doen.


15 januari 2015

Een poes of een kind

Er zijn van die mensen die een poes of een hond in huis fijner vinden dan een volwassen medemens. Ze zeggen dingen als "een dier houdt onvoorwaardelijk van je" en "een dier veroordeelt je tenminste nooit". Maar wat je als je geen zin in zo'n dier (laat staan z'n haren en poep en gedoe) hebt? Wat moet je dan?

Een kind is dé oplossing. Een kind houdt namelijk óók onvoorwaardelijk van je. Hoe raar ik er ook uit zie 's morgens: ik word altijd met groot enthousiasme onthaald. En dat komt heus niet alleen omdat ik degene ben die hun ontbijt klaar maak. Ze zoenen me plat, hoe vals ik ook zing of hoe sacherijnig ik ook ben. Ik ben gewoon hun moeder en dus ben ik de liefste. Wat wil een mens nog meer?

Ja, ouders-van-pubers, ik weet wat u wilt zeggen. Iets met "dat blijft niet altijd zo" of "wacht maar tot ze ouder zijn". Ik maak me daar echter helemaal geen zorgen over. Ik krijg namelijk steevast te horen als ik zeg dat Dochter I haar bord leeg moet eten: "Nee, ik hoef niet te groeien". Altijd zo lief en klein, is dat niet fijn?

14 januari 2015

Zinnigs

Mijn goede voornemen om in 2015 meer te bloggen, heb ik de afgelopen twee weken een beetje links laten liggen. Hoewel, 'meer' is natuurlijk relatief. De tweede helft van vorig jaar schreef ik in totaal één hele blog. Twee blogs in twee weken is dus al een grote vooruitgang.

Ik had echter vaker willen schrijven. Vorige week begon ik zelfs al een paar keer weifelend op mijn toetsenbord te rammen. Maar op de één of andere manier kwam ik er niet echt uit. Ik probeerde wat zinnigs te zeggen over alle weerzinwekkende narigheid in Parijs, vrijheid van meningsuiting, kwetsen en onrecht, maar kwam steeds weer tot de conclusie dat zwijgen wellicht het verstandigst is.

En toch ga ik er nu wat over zeggen. Ik las vanmorgen namelijk het volgende:

"Wees allen eensgezind, vol medeleven.
Heb de broeders lief, wees barmhartig en vriendelijk.
Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen.
Omdat u weet dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegen zult beërven.
Want wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien,
die moet zijn tong weerhouden van het kwaad en zijn lippen van het spreken van bedrog.
Die moet zich afkeren van het kwaad en het goede doen.
Die moet vrede zoeken en die najagen."
(1 Petrus 3)

Beter kan ik het niet zeggen. Wees beschaafd en kwets je naasten niet onder het mom van 'vrijheid van meningsuiting'. Maar vergeld vooral ook geen kwaad met kwaad. Zoek de vrede, amen.

PS: Lezen! Is zinnig.

 

1 januari 2015

Dag 2014, hoi 2015!

Vannacht werd het in één klap 2015. Ik mag dat wel, zo'n jaarwisseling. Dankbaar en vol weemoed terugkijken en met veel zin en frisse moed de toekomst in kijken.

Ik barst van de goede voornemens. Ik wil verhuizen, meer gaan naaien, gaan sporten, weer Instagrammen, minder uitgeven en vooral, lieve kijkbuiskinderen, ik wil weer gaan bloggen!

Ik ben het een beetje verleerd. Mijn welgemeende excuses. Ik beloof dat ik mezelf weer vaker achter de pc zal hijsen om het één en ander van me af te schrijven. Want uiteindelijk vind ik dat erg leuk, dat mag u best weten.

Laat ons dan in 't duister held're lichtjes zijn.
Jij in jouw klein hoekje en ik in 't mijn.


16 december 2014

Sifra de liefste

Al een jaar mogen wij kijken
In jouw grote blauwe ogen
En ik hoop dat wij dat nog eens
Zeker zeventig jaar mogen

Je bent te lief om waar te zijn 


30 juni 2014

Ontoonbaar

Als je trouwt in een traditionele zo niet ouderwetse kerk, dan wordt er tijdens de huwelijksdienst gelezen uit een traditioneel zo niet ouderwets huwelijksformulier. Dat roept bij mensen die dat taalgebruik niet gewend zijn wel eens vragen op. De dominee vraagt bijvoorbeeld aan de bruidegom: "Bekent gij hier voor God en Zijn heilige gemeente dat gij genomen hebt en neemt tot uw wettige huisvrouw, Greetje Maria ten Hove, haar belovende dat gij haar nimmer zult verlaten, dat gij haar zult liefhebben en trouw onderhouden..." en wat er verder volgt.

Met name over het woordje 'huisvrouw' wordt wel eens gestruikeld. Beláchelijk, roept de één. Vernederend, roept de ander. Begrijpelijk, zeg ik. Het woord huisvrouw heeft tegenwoordig een heel andere betekenis. Je denkt in 2014 bij een huisvrouw aan een vrouw die sopt en schrobt en veegt, terwijl er hier gewoon 'vrouw' bedoeld wordt. De meeste dominees maken er daarom ook gewoon 'vrouw' van. Dan is dat probleem ook weer uit de wereld.

Maar op dagen als deze trekt deze vrouw zich graag terug als huisvrouw. Vandaag is mijn huis mijn schuilhut - en niemand mag mij zien. Mijn dochters zijn ziek en besnotten derhalve zowel hun eigen wangen en kleren als de wangen en kleren van hun liefhebbende, zorgende moeder. Vandaag loop ik dus rond in mijn oude spijkerbroek, met een bril op en met mijn haar in een staart (wat nog net niet past). Ik ben vandaag snuit- en veegmoeder. Ik berust in mijn lot en zing vrolijk met Nijntje mee, terwijl ik heen en weer loop tussen de zakdoeken, de thermometer en mijn kroost. Mijn enige angst is de postbode die straks een pakketje komt brengen. Ik hang wel een briefje op:

"Zet maar neer. Ik ben ontoonbaar."

14 juni 2014

Druk

Twee weken geleden genoten wij van een lang weekend Zeeland. Toen ik met peuterdochter over de camping wandelde, passeerde ik een ouder echtpaar dat voor hun caravan zat te lezen. We zeiden vriendelijk gedag en terwijl het echtpaar nietsvermoedend verder las, mijmerde ik nog even verder over het fenomeen 'gepensioneerd zijn'.

Wat lijkt me dat vreemd: nooit meer hoeven werken en elke dag vakantie hebben. Natuurlijk heb je nog de was en de boodschappen en de kerk en je sociale contacten en de kinderen en de eventuele kleinkinderen... Maar als je wilt, kun je acht weken met de caravan op stap zonder je schuldig te voelen of een boze baas te hebben. Hoe fijn is dat?

Zo'n gepensioneerd leven is voor een 26-jarige als ik logischerwijs een ver-van-mijn-bed-show. Ik kan me er werkelijk niets bij voorstellen. Twee kleine kinderen maken je leven alleen al best een beetje druk. Een dag tot elf uur in je bed blijven liggen, weggaan wanneer je wilt (en sneller dan in een kwartier), een week je was laten versloffen: het zit er gewoon niet meer in. Tel daar een baan, een huis, een tuin, een sociaal leven, grote (leuke) families en diverse andere verplichtingen en hobby's bij op en je kunt gerust spreken van een best vol leven. Leuk, maar vol.

Daarom dacht ik de afgelopen tijd, tussen het geren en het gevlieg van mijn leven door, zo nu en dan aan dat echtpaar op de camping. Een beetje weemoedig en een beetje jaloers. Om me daarna te realiseren dat die tijd voor mij nog komt. En zodra ik dat dacht, schrok ik ervan. Nog even niet hoor, asjeblief. Druk zijn heeft ook zo zijn charmes.


11 juni 2014

Niet zo'n dag



Vandaag is het niet zo’n dag
Maar aan zulke dagen denken
Kan altijd, dat is het mooie
Van die dagen, en van denken

Martin Bril