Ja. Ik ben dus weer aan het bloggen geslagen. Maandenlang hield ik mijn digitale mond. Eerst vergat ik gewoonweg te bloggen, toen besloten wij onze tijd en energie in een verhuizing te steken en toen brak er een poos 'wennen' aan.
En ineens voelde ik de afgelopen tijd weer een drang om te gaan schrijven. Ineens had ik weer behoefte om de zaken om mij heen te vertalen in (on)leesbare hersenspinsels.
Geniet ervan zolang het kan.
28 oktober 2015
Bekentenis
Jaren geleden begon ik - geheel tegen mijn zin, maar met het idee dat ik toch wát moest doen om mijn conditie op te krikken - met hardlopen. Of eigenlijk begon ik ongeveer vijf keer (om elke keer na drie weken te stoppen). Ik hou niet van hijgen, puffen en zweten, heb een groot tekort aan zelfdiscipline en bovendien kreeg ik zere knieën (echt hoor).
Maar nu ik de smoes 'we wonen heel erg buitenaf, dus ik kan niet in mijn eentje in het donker de straat op, wat vervelend nou' niet meer kan gebruiken, moest ik er van mezelf toch aan geloven. Vijf weken geleden begon ik vol goede moed aan een nieuw hardloopavontuur. Deze keer deed ik het niet op de bonnefooi, maar liet ik me opjutten door ene Evy die me in prachtig Vlaams vertelde wat mijn gemiddelde snelheid was (en hoe lang ik nog moest).
En wat blijkt? Hardlopen is weldadig. De eerste week was ik vooral verbaasd dat ik het leuk vond, de tweede week begon ik ergens een beetje trots te worden op mezelf en in de derde week begon ik zelfs mensen te vertellen over mijn hardloopavontuur. En dat is nogal wat, want als je deelt dat je begonnen bent, moet je het ook delen als je weer stopt (met oorverdovend gehoon en gelach als gevolg).
Ondertussen ben ik vijf weken verder en ik loop nog keurig drie keer per week heel Houten door (of nou ja, een gedeelte). Ik kan het zelf eigenlijk niet geloven. Toen ik gisteravond voldaan de achtertuin in kwam lopen, besloot ik het daarom op mijn blog te zetten. Want als ik nu besluit de hardloopharp in de wilgen te hangen, moet ik mijn falen nog aan veel meer mensen kenbaar maken. Au. Wat een heerlijke stok achter de deur. Dank voor het lezen!
Maar nu ik de smoes 'we wonen heel erg buitenaf, dus ik kan niet in mijn eentje in het donker de straat op, wat vervelend nou' niet meer kan gebruiken, moest ik er van mezelf toch aan geloven. Vijf weken geleden begon ik vol goede moed aan een nieuw hardloopavontuur. Deze keer deed ik het niet op de bonnefooi, maar liet ik me opjutten door ene Evy die me in prachtig Vlaams vertelde wat mijn gemiddelde snelheid was (en hoe lang ik nog moest).
En wat blijkt? Hardlopen is weldadig. De eerste week was ik vooral verbaasd dat ik het leuk vond, de tweede week begon ik ergens een beetje trots te worden op mezelf en in de derde week begon ik zelfs mensen te vertellen over mijn hardloopavontuur. En dat is nogal wat, want als je deelt dat je begonnen bent, moet je het ook delen als je weer stopt (met oorverdovend gehoon en gelach als gevolg).
Ondertussen ben ik vijf weken verder en ik loop nog keurig drie keer per week heel Houten door (of nou ja, een gedeelte). Ik kan het zelf eigenlijk niet geloven. Toen ik gisteravond voldaan de achtertuin in kwam lopen, besloot ik het daarom op mijn blog te zetten. Want als ik nu besluit de hardloopharp in de wilgen te hangen, moet ik mijn falen nog aan veel meer mensen kenbaar maken. Au. Wat een heerlijke stok achter de deur. Dank voor het lezen!
6 oktober 2015
Woeste shit
Vanmorgen bracht ik de meiden weg op de fiets en toen ik vijf minuten later op het station arriveerde, zag ik in de ruit van het fietstransferium een woestaantrekkelijk kapsel met omhoogstaande pluiskrullen. "Hoera!" dacht ik. "Het is weer zo ver!"
Dat overkomt mij dus bij vochtig weer. Alleen daarom al heb ik een hekel aan regen. En nu mag ik dus de hele dag met pluiskrullen rondlopen, bij gebrek aan een stijltang op mijn werk. Gelukkig las ik net het volgende:
Mother Teresa didn't walk around complaining about her hair and thighs.
She had shit to do.
Misschien moet ik ook gewoon shit gaan doen.
Dat overkomt mij dus bij vochtig weer. Alleen daarom al heb ik een hekel aan regen. En nu mag ik dus de hele dag met pluiskrullen rondlopen, bij gebrek aan een stijltang op mijn werk. Gelukkig las ik net het volgende:
Mother Teresa didn't walk around complaining about her hair and thighs.
She had shit to do.
Misschien moet ik ook gewoon shit gaan doen.
15 januari 2015
Een poes of een kind
Er zijn van die mensen die een poes of een hond in huis fijner vinden dan een volwassen medemens. Ze zeggen dingen als "een dier houdt onvoorwaardelijk van je" en "een dier veroordeelt je tenminste nooit". Maar wat je als je geen zin in zo'n dier (laat staan z'n haren en poep en gedoe) hebt? Wat moet je dan?
Een kind is dé oplossing. Een kind houdt namelijk óók onvoorwaardelijk van je. Hoe raar ik er ook uit zie 's morgens: ik word altijd met groot enthousiasme onthaald. En dat komt heus niet alleen omdat ik degene ben die hun ontbijt klaar maak. Ze zoenen me plat, hoe vals ik ook zing of hoe sacherijnig ik ook ben. Ik ben gewoon hun moeder en dus ben ik de liefste. Wat wil een mens nog meer?
Ja, ouders-van-pubers, ik weet wat u wilt zeggen. Iets met "dat blijft niet altijd zo" of "wacht maar tot ze ouder zijn". Ik maak me daar echter helemaal geen zorgen over. Ik krijg namelijk steevast te horen als ik zeg dat Dochter I haar bord leeg moet eten: "Nee, ik hoef niet te groeien". Altijd zo lief en klein, is dat niet fijn?
Een kind is dé oplossing. Een kind houdt namelijk óók onvoorwaardelijk van je. Hoe raar ik er ook uit zie 's morgens: ik word altijd met groot enthousiasme onthaald. En dat komt heus niet alleen omdat ik degene ben die hun ontbijt klaar maak. Ze zoenen me plat, hoe vals ik ook zing of hoe sacherijnig ik ook ben. Ik ben gewoon hun moeder en dus ben ik de liefste. Wat wil een mens nog meer?
Ja, ouders-van-pubers, ik weet wat u wilt zeggen. Iets met "dat blijft niet altijd zo" of "wacht maar tot ze ouder zijn". Ik maak me daar echter helemaal geen zorgen over. Ik krijg namelijk steevast te horen als ik zeg dat Dochter I haar bord leeg moet eten: "Nee, ik hoef niet te groeien". Altijd zo lief en klein, is dat niet fijn?
14 januari 2015
Zinnigs
Mijn goede voornemen om in 2015 meer te bloggen, heb ik de afgelopen twee weken een beetje links laten liggen. Hoewel, 'meer' is natuurlijk relatief. De tweede helft van vorig jaar schreef ik in totaal één hele blog. Twee blogs in twee weken is dus al een grote vooruitgang.
Ik had echter vaker willen schrijven. Vorige week begon ik zelfs al een paar keer weifelend op mijn toetsenbord te rammen. Maar op de één of andere manier kwam ik er niet echt uit. Ik probeerde wat zinnigs te zeggen over alle weerzinwekkende narigheid in Parijs, vrijheid van meningsuiting, kwetsen en onrecht, maar kwam steeds weer tot de conclusie dat zwijgen wellicht het verstandigst is.
En toch ga ik er nu wat over zeggen. Ik las vanmorgen namelijk het volgende:
"Wees allen eensgezind, vol medeleven.
Heb de broeders lief, wees barmhartig en vriendelijk.
Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen.
Omdat u weet dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegen zult beërven.
Want wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien,
die moet zijn tong weerhouden van het kwaad en zijn lippen van het spreken van bedrog.
Die moet zich afkeren van het kwaad en het goede doen.
Die moet vrede zoeken en die najagen."
(1 Petrus 3)
Beter kan ik het niet zeggen. Wees beschaafd en kwets je naasten niet onder het mom van 'vrijheid van meningsuiting'. Maar vergeld vooral ook geen kwaad met kwaad. Zoek de vrede, amen.
PS: Lezen! Is zinnig.
Ik had echter vaker willen schrijven. Vorige week begon ik zelfs al een paar keer weifelend op mijn toetsenbord te rammen. Maar op de één of andere manier kwam ik er niet echt uit. Ik probeerde wat zinnigs te zeggen over alle weerzinwekkende narigheid in Parijs, vrijheid van meningsuiting, kwetsen en onrecht, maar kwam steeds weer tot de conclusie dat zwijgen wellicht het verstandigst is.
En toch ga ik er nu wat over zeggen. Ik las vanmorgen namelijk het volgende:
"Wees allen eensgezind, vol medeleven.
Heb de broeders lief, wees barmhartig en vriendelijk.
Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen.
Omdat u weet dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegen zult beërven.
Want wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien,
die moet zijn tong weerhouden van het kwaad en zijn lippen van het spreken van bedrog.
Die moet zich afkeren van het kwaad en het goede doen.
Die moet vrede zoeken en die najagen."
(1 Petrus 3)
Beter kan ik het niet zeggen. Wees beschaafd en kwets je naasten niet onder het mom van 'vrijheid van meningsuiting'. Maar vergeld vooral ook geen kwaad met kwaad. Zoek de vrede, amen.
PS: Lezen! Is zinnig.
1 januari 2015
Dag 2014, hoi 2015!
Vannacht werd het in één klap 2015. Ik mag dat wel, zo'n jaarwisseling. Dankbaar en vol weemoed terugkijken en met veel zin en frisse moed de toekomst in kijken.
Ik barst van de goede voornemens. Ik wil verhuizen, meer gaan naaien, gaan sporten, weer Instagrammen, minder uitgeven en vooral, lieve kijkbuiskinderen, ik wil weer gaan bloggen!
Ik ben het een beetje verleerd. Mijn welgemeende excuses. Ik beloof dat ik mezelf weer vaker achter de pc zal hijsen om het één en ander van me af te schrijven. Want uiteindelijk vind ik dat erg leuk, dat mag u best weten.
Ik barst van de goede voornemens. Ik wil verhuizen, meer gaan naaien, gaan sporten, weer Instagrammen, minder uitgeven en vooral, lieve kijkbuiskinderen, ik wil weer gaan bloggen!
Ik ben het een beetje verleerd. Mijn welgemeende excuses. Ik beloof dat ik mezelf weer vaker achter de pc zal hijsen om het één en ander van me af te schrijven. Want uiteindelijk vind ik dat erg leuk, dat mag u best weten.
Laat ons dan in 't duister held're lichtjes zijn.
Jij in jouw klein hoekje en ik in 't mijn.
16 december 2014
Sifra de liefste
Al een jaar mogen wij kijken
In jouw grote blauwe ogen
En ik hoop dat wij dat nog eens
Zeker zeventig jaar mogen
Je bent te lief om waar te zijn
30 juni 2014
Ontoonbaar
Als je trouwt in een traditionele zo niet ouderwetse kerk, dan wordt er tijdens de huwelijksdienst gelezen uit een traditioneel zo niet ouderwets huwelijksformulier. Dat roept bij mensen die dat taalgebruik niet gewend zijn wel eens vragen op. De dominee vraagt bijvoorbeeld aan de bruidegom: "Bekent gij hier voor God en Zijn heilige gemeente dat gij genomen hebt en neemt tot uw wettige huisvrouw, Greetje Maria ten Hove, haar belovende dat gij haar nimmer zult verlaten, dat gij haar zult liefhebben en trouw onderhouden..." en wat er verder volgt.
Met name over het woordje 'huisvrouw' wordt wel eens gestruikeld. Beláchelijk, roept de één. Vernederend, roept de ander. Begrijpelijk, zeg ik. Het woord huisvrouw heeft tegenwoordig een heel andere betekenis. Je denkt in 2014 bij een huisvrouw aan een vrouw die sopt en schrobt en veegt, terwijl er hier gewoon 'vrouw' bedoeld wordt. De meeste dominees maken er daarom ook gewoon 'vrouw' van. Dan is dat probleem ook weer uit de wereld.
Maar op dagen als deze trekt deze vrouw zich graag terug als huisvrouw. Vandaag is mijn huis mijn schuilhut - en niemand mag mij zien. Mijn dochters zijn ziek en besnotten derhalve zowel hun eigen wangen en kleren als de wangen en kleren van hun liefhebbende, zorgende moeder. Vandaag loop ik dus rond in mijn oude spijkerbroek, met een bril op en met mijn haar in een staart (wat nog net niet past). Ik ben vandaag snuit- en veegmoeder. Ik berust in mijn lot en zing vrolijk met Nijntje mee, terwijl ik heen en weer loop tussen de zakdoeken, de thermometer en mijn kroost. Mijn enige angst is de postbode die straks een pakketje komt brengen. Ik hang wel een briefje op:
"Zet maar neer. Ik ben ontoonbaar."
Met name over het woordje 'huisvrouw' wordt wel eens gestruikeld. Beláchelijk, roept de één. Vernederend, roept de ander. Begrijpelijk, zeg ik. Het woord huisvrouw heeft tegenwoordig een heel andere betekenis. Je denkt in 2014 bij een huisvrouw aan een vrouw die sopt en schrobt en veegt, terwijl er hier gewoon 'vrouw' bedoeld wordt. De meeste dominees maken er daarom ook gewoon 'vrouw' van. Dan is dat probleem ook weer uit de wereld.
Maar op dagen als deze trekt deze vrouw zich graag terug als huisvrouw. Vandaag is mijn huis mijn schuilhut - en niemand mag mij zien. Mijn dochters zijn ziek en besnotten derhalve zowel hun eigen wangen en kleren als de wangen en kleren van hun liefhebbende, zorgende moeder. Vandaag loop ik dus rond in mijn oude spijkerbroek, met een bril op en met mijn haar in een staart (wat nog net niet past). Ik ben vandaag snuit- en veegmoeder. Ik berust in mijn lot en zing vrolijk met Nijntje mee, terwijl ik heen en weer loop tussen de zakdoeken, de thermometer en mijn kroost. Mijn enige angst is de postbode die straks een pakketje komt brengen. Ik hang wel een briefje op:
"Zet maar neer. Ik ben ontoonbaar."
14 juni 2014
Druk
Twee weken geleden genoten wij van een lang weekend Zeeland. Toen ik met peuterdochter over de camping wandelde, passeerde ik een ouder echtpaar dat voor hun caravan zat te lezen. We zeiden vriendelijk gedag en terwijl het echtpaar nietsvermoedend verder las, mijmerde ik nog even verder over het fenomeen 'gepensioneerd zijn'.
Wat lijkt me dat vreemd: nooit meer hoeven werken en elke dag vakantie hebben. Natuurlijk heb je nog de was en de boodschappen en de kerk en je sociale contacten en de kinderen en de eventuele kleinkinderen... Maar als je wilt, kun je acht weken met de caravan op stap zonder je schuldig te voelen of een boze baas te hebben. Hoe fijn is dat?
Zo'n gepensioneerd leven is voor een 26-jarige als ik logischerwijs een ver-van-mijn-bed-show. Ik kan me er werkelijk niets bij voorstellen. Twee kleine kinderen maken je leven alleen al best een beetje druk. Een dag tot elf uur in je bed blijven liggen, weggaan wanneer je wilt (en sneller dan in een kwartier), een week je was laten versloffen: het zit er gewoon niet meer in. Tel daar een baan, een huis, een tuin, een sociaal leven, grote (leuke) families en diverse andere verplichtingen en hobby's bij op en je kunt gerust spreken van een best vol leven. Leuk, maar vol.
Daarom dacht ik de afgelopen tijd, tussen het geren en het gevlieg van mijn leven door, zo nu en dan aan dat echtpaar op de camping. Een beetje weemoedig en een beetje jaloers. Om me daarna te realiseren dat die tijd voor mij nog komt. En zodra ik dat dacht, schrok ik ervan. Nog even niet hoor, asjeblief. Druk zijn heeft ook zo zijn charmes.
Wat lijkt me dat vreemd: nooit meer hoeven werken en elke dag vakantie hebben. Natuurlijk heb je nog de was en de boodschappen en de kerk en je sociale contacten en de kinderen en de eventuele kleinkinderen... Maar als je wilt, kun je acht weken met de caravan op stap zonder je schuldig te voelen of een boze baas te hebben. Hoe fijn is dat?
Zo'n gepensioneerd leven is voor een 26-jarige als ik logischerwijs een ver-van-mijn-bed-show. Ik kan me er werkelijk niets bij voorstellen. Twee kleine kinderen maken je leven alleen al best een beetje druk. Een dag tot elf uur in je bed blijven liggen, weggaan wanneer je wilt (en sneller dan in een kwartier), een week je was laten versloffen: het zit er gewoon niet meer in. Tel daar een baan, een huis, een tuin, een sociaal leven, grote (leuke) families en diverse andere verplichtingen en hobby's bij op en je kunt gerust spreken van een best vol leven. Leuk, maar vol.
Daarom dacht ik de afgelopen tijd, tussen het geren en het gevlieg van mijn leven door, zo nu en dan aan dat echtpaar op de camping. Een beetje weemoedig en een beetje jaloers. Om me daarna te realiseren dat die tijd voor mij nog komt. En zodra ik dat dacht, schrok ik ervan. Nog even niet hoor, asjeblief. Druk zijn heeft ook zo zijn charmes.
13 juni 2014
11 juni 2014
Niet zo'n dag
Vandaag is het niet zo’n dag
Maar aan zulke dagen denken
Kan altijd, dat is het mooie
Van die dagen, en van denken
Martin Bril
7 juni 2014
Op stap
Gisteren ging ik op stap met mijn grote dochter. Samen in de trein naar de stad. Alleen als je zelf een dochter hebt, snap je ongeveer hoe geweldig dat is. Ongeveer, want Noa maakt het nog iets geweldiger dan het al is.
19 mei 2014
Hoera
14 mei 2014
Over huilen, moederkloekvleugels en beroerde moeders
Ik lijk geen huilebalk - en dat ben ik ook niet. Maar van sommige dingen moet ik wél huilen. Laatst keek ik bijvoorbeeld DNA Onbekend. Niet per se mijn favoriete programma, maar ik lag uitgeteld op de bank. Te moe om te strijken of te lezen en te koppig om te gaan slapen.
Er werd een vrouw geïnterviewd. Ze zag er jong en vriendelijk uit, maar was zeventig en diep gekwetst. Ze vertelde over haar moeder die haar toen ze twee was de deur uit deed. Eens per maand mocht ze haar moeder bezoeken. Ze keek ontzettend uit naar deze momenten, hoewel haar moeder er weinig plezier aan leek te beleven. Toen het meisje zeven jaar oud was, rolschaatste ze - vanwege een schreeuwende behoefte aan moederliefde - van Den Haag naar Rijswijk om haar moeder te zien. Toen ze aankwam bij het huis, deed haar moeder het raam op de bovenverdieping open, gooide een kwartje naar beneden en zei dat ze met de tram terug naar huis moest gaan...
Ja, daar moet ik om huilen. Kinderen die schreeuwen om liefde en dat niet krijgen. Ik kan eigenlijk niets ergers verzinnen. Ik voel dan altijd de bijna onbedwingbare neiging om mijn in-mijn-hoofd-altijd-enorme moederkloekvleugels uit te slaan en alle kinderen die het nodig hebben hier in huis te nemen. Wat me vijf minuten later dan weer geen goed idee lijkt.
Ik denk er wel eens over na wat we onze dochters mee willen geven. Wat we (wellicht onbewust) stimuleren en wat we juist (wellicht bewust) laten liggen. Maar eigenlijk is er maar één ding wat ze nodig hebben: liefde. Héél veel liefde.
Dus knuffel ik hen de hele dag plat en zeg ik hen honderd keer per dag dat ze de liefste zijn. En weet je wat zo fijn is? Ik vind het niet eens zo vervelend om te doen. Ik ben de beroerdste niet.
Ja, daar moet ik om huilen. Kinderen die schreeuwen om liefde en dat niet krijgen. Ik kan eigenlijk niets ergers verzinnen. Ik voel dan altijd de bijna onbedwingbare neiging om mijn in-mijn-hoofd-altijd-enorme moederkloekvleugels uit te slaan en alle kinderen die het nodig hebben hier in huis te nemen. Wat me vijf minuten later dan weer geen goed idee lijkt.
Ik denk er wel eens over na wat we onze dochters mee willen geven. Wat we (wellicht onbewust) stimuleren en wat we juist (wellicht bewust) laten liggen. Maar eigenlijk is er maar één ding wat ze nodig hebben: liefde. Héél veel liefde.
Dus knuffel ik hen de hele dag plat en zeg ik hen honderd keer per dag dat ze de liefste zijn. En weet je wat zo fijn is? Ik vind het niet eens zo vervelend om te doen. Ik ben de beroerdste niet.
Tekening van Noa voor mij op Moederdag
10 mei 2014
Over rare fratsen gesproken
Er zijn van die woorden en zinnen die je liever niet, maar heel vaak zegt. Ik zeg bijvoorbeeld heel vaak: "Ooo wat erg!" Tot grote ergernis van de heer des huizes. Ik ben ondertussen zo ver dat ik tijdens het woord 'erg' besef dat ik 'die zin' weer zeg. Nog even, en dan besef ik het voor de langgerekte 'oooo'. Het heeft gewoon wat tijd nodig.
Van de week zei ik het zes keer achter elkaar. Het was na een verhaal over een mevrouw met échte rare fratsen. Desbetreffende (ongetwijfeld alleraardigste) vrouw had onlangs besloten haar lijf en dat van haar kinderen geen E-nummer of suiker meer te gunnen. Bovendien besloot ze haar groenten zelf te verbouwen en haar peuter tussen de middag zaden en noten te voeren.
Natuurlijk, iedereen mag doen waar hij of zij zin in heeft. Maar hé, je kunt het jezelf en je kinderen ook iets gemakkelijker en leuker maken in dit leven.
Ik kan de vinger niet goed op de wond leggen, maar op de één of andere manier voelen steeds meer mensen zich geroepen om heel druk met hun gezondheid en voeding bezig te zijn. Boekjes als 'Bewust koken zonder E-nummers' gaan als warme E-nummervrije broodjes over de toonbank en op verjaardagen wordt er over E-nummers gesproken alsof het over terpentine gaat. De één krijgt buikpijn van E621, de ander krijgt hoofdpijn van suiker en weer een ander heeft aan den lijve ondervonden dat detoxen heel opluchtend kan zijn.
Ik word er moe van. Heel moe. Get a life, denk ik dan. En dat is heel bijzonder, want ik denk vrijwel nooit in het Engels. Vanwaar die collectieve drang om enge sprookjes van medeverjaardagsgangers te geloven en verstandige relativerende stellingen van wetenschappers als onwaar te bestempelen? Is het goedgelovigheid? Domheid? Hoogmoed? Of is het gewoon heel leuk om verschrikkelijk ingewikkeld te doen?
Natuurlijk, ik ben geen voedingswetenschapper of arts. Ik voel mij dus ook niet capabel genoeg om van alles over E-nummers te roepen. Maar mijn gezonde boerenverstand zegt me dat dit iets geloofwaardiger is dan de horrorverhalen van een willekeurige mevrouw met gedetoxte darmen en ongespoten groentetuin.
Begrijp me goed: ik houd ook meer van vers en gezond dan van lang houdbaar en dikmakend. En ook ik vind dat je goed voor je lichaam moet zorgen. Maar E-nummervrij eten is voor sommige mensen haast een religie aan het worden. Terwijl een lichaam maar een lichaam is. En uiteindelijk gaan we allemaal dood. En dat bedoel ik niet oneerbiedig, laat staan grappig.
Ik zou zeggen: eet gezond, geniet van lekkere dingen en maak je druk om belangrijker zaken dan E-nummers. Dat laatste ga ik vanaf nu ook proberen. Ik zal me vanaf nu nooit meer opwinden over E-nummersprookjes. Get a life. Zeur.
Van de week zei ik het zes keer achter elkaar. Het was na een verhaal over een mevrouw met échte rare fratsen. Desbetreffende (ongetwijfeld alleraardigste) vrouw had onlangs besloten haar lijf en dat van haar kinderen geen E-nummer of suiker meer te gunnen. Bovendien besloot ze haar groenten zelf te verbouwen en haar peuter tussen de middag zaden en noten te voeren.
Natuurlijk, iedereen mag doen waar hij of zij zin in heeft. Maar hé, je kunt het jezelf en je kinderen ook iets gemakkelijker en leuker maken in dit leven.
Ik kan de vinger niet goed op de wond leggen, maar op de één of andere manier voelen steeds meer mensen zich geroepen om heel druk met hun gezondheid en voeding bezig te zijn. Boekjes als 'Bewust koken zonder E-nummers' gaan als warme E-nummervrije broodjes over de toonbank en op verjaardagen wordt er over E-nummers gesproken alsof het over terpentine gaat. De één krijgt buikpijn van E621, de ander krijgt hoofdpijn van suiker en weer een ander heeft aan den lijve ondervonden dat detoxen heel opluchtend kan zijn.
Ik word er moe van. Heel moe. Get a life, denk ik dan. En dat is heel bijzonder, want ik denk vrijwel nooit in het Engels. Vanwaar die collectieve drang om enge sprookjes van medeverjaardagsgangers te geloven en verstandige relativerende stellingen van wetenschappers als onwaar te bestempelen? Is het goedgelovigheid? Domheid? Hoogmoed? Of is het gewoon heel leuk om verschrikkelijk ingewikkeld te doen?
Natuurlijk, ik ben geen voedingswetenschapper of arts. Ik voel mij dus ook niet capabel genoeg om van alles over E-nummers te roepen. Maar mijn gezonde boerenverstand zegt me dat dit iets geloofwaardiger is dan de horrorverhalen van een willekeurige mevrouw met gedetoxte darmen en ongespoten groentetuin.
Begrijp me goed: ik houd ook meer van vers en gezond dan van lang houdbaar en dikmakend. En ook ik vind dat je goed voor je lichaam moet zorgen. Maar E-nummervrij eten is voor sommige mensen haast een religie aan het worden. Terwijl een lichaam maar een lichaam is. En uiteindelijk gaan we allemaal dood. En dat bedoel ik niet oneerbiedig, laat staan grappig.
Ik zou zeggen: eet gezond, geniet van lekkere dingen en maak je druk om belangrijker zaken dan E-nummers. Dat laatste ga ik vanaf nu ook proberen. Ik zal me vanaf nu nooit meer opwinden over E-nummersprookjes. Get a life. Zeur.
25 april 2014
Rare fratsen
Zodra je moeder wordt, gaat er een compleet nieuwe wereld
voor je open. Ineens weet je wat hydrofielluiers zijn, weet je hoe groot een luier
maat 3 ongeveer is, snap je wanneer een kind ongeveer maat 68 draagt en kun je
mee praten over luieruitslag, tepelkloven en tummytubs. Je ontkomt er niet aan.
Hoe graag je dat ook zou willen.
Je loopt ineens tegen allerlei dilemma’s aan waarvan je
eerder überhaupt niet wist dat het dilemma’s waren. Wel of geen wasbare luiers?
Wanneer beginnen met bijvoeding? Laten huilen of altijd je kind uit bed halen?
Wel of geen borstvoeding? Voeden op verzoek of uit alle macht op zoek gaan naar
een ritme? Vanaf wanneer geef je je kind iets anders dan groente, fruit en
brood? Wel of geen speen? Inbakeren of niet? Stretch rompers van de Hema of katoenen
rompers van de Zeeman? Dure flesvoeding van Nutrilon of goedkope flesvoeding
van de Albert Heijn? Wel of geen speelgoed aan tafel? Inenten of niet? En dat
is nog maar 1/783e van de keuzes die je moet maken.
Hoe meer moeder je wordt, hoe meer je door hebt wat bij
je past en wat niet. Vroeg je je bij de eerste nog bij alles af wat goed was,
bij een tweede doe je vooral wat goed voelt. En dat is dus bij iedereen anders.
Omdat ik het bere-interessant vind om te zien en te lezen
hoe en waarom mensen bepaalde keuzes maken, lees ik zo nu en dan een opvoedboek
en sluit ik mij zo nu en dan aan bij een Facebookgroep.
Zo ben ik al weer een tijdje lid van de Facebookgroep ‘Natuurlijk
Ouderschap’. Voor het geval je je geen beeld kunt vormen: dat zijn moeders die
hun kinderen zo lang mogelijk borstvoeding geven (tot hun 4e, 5e
of 6e bijvoorbeeld), hun kinderen nooit laten huilen, met hun
kinderen en man in één bed liggen, hun baby’s/peuters/kleuters altijd in een
draagdoek dragen en hun kinderen bovendien niet straffen of complimenteren.
Heel kort door de bocht.
Ik vind het leuk om te lezen waarom deze vrouwen deze
keuzes maken en verbaas me tegelijkertijd regelmatig over hun uitspraken of
gedragingen. Zo zijn er vrouwen die kinderwagens, buggy’s en Baby
Björn-draagzakken als kindermishandeling zien. De eerste twee omdat je je kind
tegen je aan moet dragen en de derde omdat ze niet ergonomisch zijn voor moeder
en kind. Als je het mij vraagt is dat een tikkeltje overdreven. Ik denk aan iets
andere zaken als ik het over kindermishandeling heb.
Maar er zijn wat dingen die ik wel kan waarderen. Zo laat
ik mijn kinderen ook niet huilen, probeer ik altijd naar mijn kinderen te
luisteren en – jawel – vind ik het heerlijk om mijn kinderen te dragen. Dicht
tegen me aan, want voor mijn gevoel horen ze daar toch een beetje. Aan mijn
lijf bedoel ik.
Vanmorgen liep ik met Dochter Twee in de draagdoek over
straat. Ik zwaaide naar een buurvrouw en begon over het heerlijke weer. Nadat
ze beaamd had dat het lekker weer was (nogal wiedes – ze kon niet anders), keek
ze met een ietwat afkeurende blik naar mijn draagdoek. “Wij hebben dat nooit
gedaan… Zit dat wel lekker?”, vroeg ze. Ik zei dat het prima zat. Ze vroeg: “En
voor het kind? Zit het voor haar ook wel lekker?” Ik zei: “Kijk maar hoe lekker
ze slaapt. Ze zit heerlijk.” De buurvrouw moest me gelijk geven. Toch vertrouwde
ze me nog even toe: “Wij hebben dat nooit gedaan en hier in de buurt doet ook
niemand dat.”
Hier in de buurt doet ook niemand dat? Pardon? U praat
met uw buurvrouw! Joehoe! Uw buurvrouw die in uw buurt woont!
24 april 2014
Over liefde en oud worden
Afgelopen maandag was ik acht jaar het liefje van Gerwald.
En hij die van mij. Acht jaar liefde – hoe mooi is dat?
Zo lang bij elkaar zijn heeft iets vreemds. Aan het begin zijn
er nog allerlei dingen spannend, kun je bepaalde eigenschappen of
uiterlijkheden angstvallig verstoppen en ben je nog niet op de hoogte van wat de
ander over een niet al te belangrijke zaak vindt.
Maar na acht jaar is de ander nooit meer eng, heeft
verstoppen geen zin meer en weet je eigenlijk alles al. Dat klinkt misschien
saai, maar dat is het geenszins. Juist het elkaar door en door kennen is het
mooiste wat er is.
En weet je wat zo leuk is? Hij blijft grappig, die man van
mij. Acht jaar lang lach ik al om zijn grappen. En dat is uiteindelijk zo’n beetje het belangrijkste. Dat je elkaar leuk
blijft vinden. Het lukt ons voortreffelijk eigenlijk.
17 april 2014
Zee
Ik heb een zwak voor poëtische Nederlandstalige liedjes in combinatie met gitaren.
Ze zijn volmaakt als ze dan ook nog over de zee gaan.
15 april 2014
Het meisje en de aap
Vorige week was ik een dagje met mijn grote dochter in de Apenheul.
Apen zijn geweldige dieren.
En Noa is een geweldig mens.
9 april 2014
Herdruk in aantocht
Net voor wij vijf jaar geleden trouwden, schreef ik mijn debuut.
Het boek kreeg de titel 101 redenen waarom ik met jou trouw.
Het boek kreeg de titel 101 redenen waarom ik met jou trouw.
Het boek kende een oplage van 1. Alleen mijn geliefde echtgenoot kreeg er één cadeau.
Op onze trouwdag. Opdat hij nooit vergeten zou waarom ik met hem trouwen wilde.
Op onze trouwdag. Opdat hij nooit vergeten zou waarom ik met hem trouwen wilde.
Honderd-en-één redenen, dat klinkt misschien veel. Maar ik kan je vertellen: het was een peuleschil. Ik rammelde ze zo uit mijn mouw.
Echter, vandaag constateerde ik - tijdens de strijk - dat het boek na vijf jaar toe is aan een tweede druk. Niet omdat er zoveel vraag naar is (gek genoeg vallen de verkoopcijfers erg tegen), maar omdat ik nog een reden heb bedacht die eigenlijk niet ontbreken mag.
Zeer binnenkort verschijnt dus de herdruk met als titel 102 redenen waarom ik met jou getrouwd blijf. Op de laatste pagina komt dan:
102. Je draagt vrijwel nooit overhemden.
Zó fijn is dat.
Abonneren op:
Posts (Atom)

























