16 december 2014

Sifra de liefste

Al een jaar mogen wij kijken
In jouw grote blauwe ogen
En ik hoop dat wij dat nog eens
Zeker zeventig jaar mogen

Je bent te lief om waar te zijn 


30 juni 2014

Ontoonbaar

Als je trouwt in een traditionele zo niet ouderwetse kerk, dan wordt er tijdens de huwelijksdienst gelezen uit een traditioneel zo niet ouderwets huwelijksformulier. Dat roept bij mensen die dat taalgebruik niet gewend zijn wel eens vragen op. De dominee vraagt bijvoorbeeld aan de bruidegom: "Bekent gij hier voor God en Zijn heilige gemeente dat gij genomen hebt en neemt tot uw wettige huisvrouw, Greetje Maria ten Hove, haar belovende dat gij haar nimmer zult verlaten, dat gij haar zult liefhebben en trouw onderhouden..." en wat er verder volgt.

Met name over het woordje 'huisvrouw' wordt wel eens gestruikeld. Beláchelijk, roept de één. Vernederend, roept de ander. Begrijpelijk, zeg ik. Het woord huisvrouw heeft tegenwoordig een heel andere betekenis. Je denkt in 2014 bij een huisvrouw aan een vrouw die sopt en schrobt en veegt, terwijl er hier gewoon 'vrouw' bedoeld wordt. De meeste dominees maken er daarom ook gewoon 'vrouw' van. Dan is dat probleem ook weer uit de wereld.

Maar op dagen als deze trekt deze vrouw zich graag terug als huisvrouw. Vandaag is mijn huis mijn schuilhut - en niemand mag mij zien. Mijn dochters zijn ziek en besnotten derhalve zowel hun eigen wangen en kleren als de wangen en kleren van hun liefhebbende, zorgende moeder. Vandaag loop ik dus rond in mijn oude spijkerbroek, met een bril op en met mijn haar in een staart (wat nog net niet past). Ik ben vandaag snuit- en veegmoeder. Ik berust in mijn lot en zing vrolijk met Nijntje mee, terwijl ik heen en weer loop tussen de zakdoeken, de thermometer en mijn kroost. Mijn enige angst is de postbode die straks een pakketje komt brengen. Ik hang wel een briefje op:

"Zet maar neer. Ik ben ontoonbaar."

14 juni 2014

Druk

Twee weken geleden genoten wij van een lang weekend Zeeland. Toen ik met peuterdochter over de camping wandelde, passeerde ik een ouder echtpaar dat voor hun caravan zat te lezen. We zeiden vriendelijk gedag en terwijl het echtpaar nietsvermoedend verder las, mijmerde ik nog even verder over het fenomeen 'gepensioneerd zijn'.

Wat lijkt me dat vreemd: nooit meer hoeven werken en elke dag vakantie hebben. Natuurlijk heb je nog de was en de boodschappen en de kerk en je sociale contacten en de kinderen en de eventuele kleinkinderen... Maar als je wilt, kun je acht weken met de caravan op stap zonder je schuldig te voelen of een boze baas te hebben. Hoe fijn is dat?

Zo'n gepensioneerd leven is voor een 26-jarige als ik logischerwijs een ver-van-mijn-bed-show. Ik kan me er werkelijk niets bij voorstellen. Twee kleine kinderen maken je leven alleen al best een beetje druk. Een dag tot elf uur in je bed blijven liggen, weggaan wanneer je wilt (en sneller dan in een kwartier), een week je was laten versloffen: het zit er gewoon niet meer in. Tel daar een baan, een huis, een tuin, een sociaal leven, grote (leuke) families en diverse andere verplichtingen en hobby's bij op en je kunt gerust spreken van een best vol leven. Leuk, maar vol.

Daarom dacht ik de afgelopen tijd, tussen het geren en het gevlieg van mijn leven door, zo nu en dan aan dat echtpaar op de camping. Een beetje weemoedig en een beetje jaloers. Om me daarna te realiseren dat die tijd voor mij nog komt. En zodra ik dat dacht, schrok ik ervan. Nog even niet hoor, asjeblief. Druk zijn heeft ook zo zijn charmes.


11 juni 2014

Niet zo'n dag



Vandaag is het niet zo’n dag
Maar aan zulke dagen denken
Kan altijd, dat is het mooie
Van die dagen, en van denken

Martin Bril

7 juni 2014

Op stap



Gisteren ging ik op stap met mijn grote dochter. Samen in de trein naar de stad. Alleen als je zelf een dochter hebt, snap je ongeveer hoe geweldig dat is. Ongeveer, want Noa maakt het nog iets geweldiger dan het al is.









19 mei 2014

Hoera

Onze lieve peuterdochter werd vorige week twee jaar. Ze huppelde en straalde twee dagen lang - en wij als trotse ouders vonden het stiekem nóg leuker. Noa zei wel honderd keer: "Noa jarig hè? Wát een feest." En gelijk had ze.













14 mei 2014

Over huilen, moederkloekvleugels en beroerde moeders

Ik lijk geen huilebalk - en dat ben ik ook niet. Maar van sommige dingen moet ik wél huilen. Laatst keek ik bijvoorbeeld DNA Onbekend. Niet per se mijn favoriete programma, maar ik lag uitgeteld op de bank. Te moe om te strijken of te lezen en te koppig om te gaan slapen.

Er werd een vrouw geïnterviewd. Ze zag er jong en vriendelijk uit, maar was zeventig en diep gekwetst. Ze vertelde over haar moeder die haar toen ze twee was de deur uit deed. Eens per maand mocht ze haar moeder bezoeken. Ze keek ontzettend uit naar deze momenten, hoewel haar moeder er weinig plezier aan leek te beleven. Toen het meisje zeven jaar oud was, rolschaatste ze - vanwege een schreeuwende behoefte aan moederliefde - van Den Haag naar Rijswijk om haar moeder te zien. Toen ze aankwam bij het huis, deed haar moeder het raam op de bovenverdieping open, gooide een kwartje naar beneden en zei dat ze met de tram terug naar huis moest gaan...

Ja, daar moet ik om huilen. Kinderen die schreeuwen om liefde en dat niet krijgen. Ik kan eigenlijk niets ergers verzinnen. Ik voel dan altijd de bijna onbedwingbare neiging om mijn in-mijn-hoofd-altijd-enorme moederkloekvleugels uit te slaan en alle kinderen die het nodig hebben hier in huis te nemen. Wat me vijf minuten later dan weer geen goed idee lijkt.

Ik denk er wel eens over na wat we onze dochters mee willen geven. Wat we (wellicht onbewust) stimuleren en wat we juist (wellicht bewust) laten liggen. Maar eigenlijk is er maar één ding wat ze nodig hebben: liefde. Héél veel liefde.

Dus knuffel ik hen de hele dag plat en zeg ik hen honderd keer per dag dat ze de liefste zijn. En weet je wat zo fijn is? Ik vind het niet eens zo vervelend om te doen. Ik ben de beroerdste niet.

Tekening van Noa voor mij op Moederdag 

10 mei 2014

Over rare fratsen gesproken

Er zijn van die woorden en zinnen die je liever niet, maar heel vaak zegt. Ik zeg bijvoorbeeld heel vaak: "Ooo wat erg!" Tot grote ergernis van de heer des huizes. Ik ben ondertussen zo ver dat ik tijdens het woord 'erg' besef dat ik 'die zin' weer zeg. Nog even, en dan besef ik het voor de langgerekte 'oooo'. Het heeft gewoon wat tijd nodig.

Van de week zei ik het zes keer achter elkaar. Het was na een verhaal over een mevrouw met échte rare fratsen. Desbetreffende (ongetwijfeld alleraardigste) vrouw had onlangs besloten haar lijf en dat van haar kinderen geen E-nummer of suiker meer te gunnen. Bovendien besloot ze haar groenten zelf te verbouwen en haar peuter tussen de middag zaden en noten te voeren.

Natuurlijk, iedereen mag doen waar hij of zij zin in heeft. Maar hé, je kunt het jezelf en je kinderen ook iets gemakkelijker en leuker maken in dit leven.

Ik kan de vinger niet goed op de wond leggen, maar op de één of andere manier voelen steeds meer mensen zich geroepen om heel druk met hun gezondheid en voeding bezig te zijn. Boekjes als 'Bewust koken zonder E-nummers' gaan als warme E-nummervrije broodjes over de toonbank en op verjaardagen wordt er over E-nummers gesproken alsof het over terpentine gaat. De één krijgt buikpijn van E621, de ander krijgt hoofdpijn van suiker en weer een ander heeft aan den lijve ondervonden dat detoxen heel opluchtend kan zijn.

Ik word er moe van. Heel moe. Get a life, denk ik dan. En dat is heel bijzonder, want ik denk vrijwel nooit in het Engels. Vanwaar die collectieve drang om enge sprookjes van medeverjaardagsgangers te geloven en verstandige relativerende stellingen van wetenschappers als onwaar te bestempelen? Is het goedgelovigheid? Domheid? Hoogmoed? Of is het gewoon heel leuk om verschrikkelijk ingewikkeld te doen?

Natuurlijk, ik ben geen voedingswetenschapper of arts. Ik voel mij dus ook niet capabel genoeg om van alles over E-nummers te roepen. Maar mijn gezonde boerenverstand zegt me dat dit iets geloofwaardiger is dan de horrorverhalen van een willekeurige mevrouw met gedetoxte darmen en ongespoten groentetuin.

Begrijp me goed: ik houd ook meer van vers en gezond dan van lang houdbaar en dikmakend. En ook ik vind dat je goed voor je lichaam moet zorgen. Maar E-nummervrij eten is voor sommige mensen haast een religie aan het worden. Terwijl een lichaam maar een lichaam is. En uiteindelijk gaan we allemaal dood. En dat bedoel ik niet oneerbiedig, laat staan grappig.

Ik zou zeggen: eet gezond, geniet van lekkere dingen en maak je druk om belangrijker zaken dan E-nummers. Dat laatste ga ik vanaf nu ook proberen. Ik zal me vanaf nu nooit meer opwinden over E-nummersprookjes. Get a life. Zeur.

Prof. M. Katan in het Reformatorisch Dagblad

25 april 2014

Rare fratsen

Zodra je moeder wordt, gaat er een compleet nieuwe wereld voor je open. Ineens weet je wat hydrofielluiers zijn, weet je hoe groot een luier maat 3 ongeveer is, snap je wanneer een kind ongeveer maat 68 draagt en kun je mee praten over luieruitslag, tepelkloven en tummytubs. Je ontkomt er niet aan. Hoe graag je dat ook zou willen.

Je loopt ineens tegen allerlei dilemma’s aan waarvan je eerder überhaupt niet wist dat het dilemma’s waren. Wel of geen wasbare luiers? Wanneer beginnen met bijvoeding? Laten huilen of altijd je kind uit bed halen? Wel of geen borstvoeding? Voeden op verzoek of uit alle macht op zoek gaan naar een ritme? Vanaf wanneer geef je je kind iets anders dan groente, fruit en brood? Wel of geen speen? Inbakeren of niet? Stretch rompers van de Hema of katoenen rompers van de Zeeman? Dure flesvoeding van Nutrilon of goedkope flesvoeding van de Albert Heijn? Wel of geen speelgoed aan tafel? Inenten of niet? En dat is nog maar 1/783e van de keuzes die je moet maken.

Hoe meer moeder je wordt, hoe meer je door hebt wat bij je past en wat niet. Vroeg je je bij de eerste nog bij alles af wat goed was, bij een tweede doe je vooral wat goed voelt. En dat is dus bij iedereen anders.

Omdat ik het bere-interessant vind om te zien en te lezen hoe en waarom mensen bepaalde keuzes maken, lees ik zo nu en dan een opvoedboek en sluit ik mij zo nu en dan aan bij een Facebookgroep.

Zo ben ik al weer een tijdje lid van de Facebookgroep ‘Natuurlijk Ouderschap’. Voor het geval je je geen beeld kunt vormen: dat zijn moeders die hun kinderen zo lang mogelijk borstvoeding geven (tot hun 4e, 5e of 6e bijvoorbeeld), hun kinderen nooit laten huilen, met hun kinderen en man in één bed liggen, hun baby’s/peuters/kleuters altijd in een draagdoek dragen en hun kinderen bovendien niet straffen of complimenteren. Heel kort door de bocht.

Ik vind het leuk om te lezen waarom deze vrouwen deze keuzes maken en verbaas me tegelijkertijd regelmatig over hun uitspraken of gedragingen. Zo zijn er vrouwen die kinderwagens, buggy’s en Baby Björn-draagzakken als kindermishandeling zien. De eerste twee omdat je je kind tegen je aan moet dragen en de derde omdat ze niet ergonomisch zijn voor moeder en kind. Als je het mij vraagt is dat een tikkeltje overdreven. Ik denk aan iets andere zaken als ik het over kindermishandeling heb.

Maar er zijn wat dingen die ik wel kan waarderen. Zo laat ik mijn kinderen ook niet huilen, probeer ik altijd naar mijn kinderen te luisteren en – jawel – vind ik het heerlijk om mijn kinderen te dragen. Dicht tegen me aan, want voor mijn gevoel horen ze daar toch een beetje. Aan mijn lijf bedoel ik.

Vanmorgen liep ik met Dochter Twee in de draagdoek over straat. Ik zwaaide naar een buurvrouw en begon over het heerlijke weer. Nadat ze beaamd had dat het lekker weer was (nogal wiedes – ze kon niet anders), keek ze met een ietwat afkeurende blik naar mijn draagdoek. “Wij hebben dat nooit gedaan… Zit dat wel lekker?”, vroeg ze. Ik zei dat het prima zat. Ze vroeg: “En voor het kind? Zit het voor haar ook wel lekker?” Ik zei: “Kijk maar hoe lekker ze slaapt. Ze zit heerlijk.” De buurvrouw moest me gelijk geven. Toch vertrouwde ze me nog even toe: “Wij hebben dat nooit gedaan en hier in de buurt doet ook niemand dat.”

Hier in de buurt doet ook niemand dat? Pardon? U praat met uw buurvrouw! Joehoe! Uw buurvrouw die in uw buurt woont!

Ik vrees dat ik voor de echte Veluwnaren een rare stadse blijf. Een stadse met rare fratsen. Ik heb me er al bij neergelegd. Niet klagen, maar dragen.

 

24 april 2014

Over liefde en oud worden

Afgelopen maandag was ik acht jaar het liefje van Gerwald. En hij die van mij. Acht jaar liefde – hoe mooi is dat?

Zo lang bij elkaar zijn heeft iets vreemds. Aan het begin zijn er nog allerlei dingen spannend, kun je bepaalde eigenschappen of uiterlijkheden angstvallig verstoppen en ben je nog niet op de hoogte van wat de ander over een niet al te belangrijke zaak vindt.

Maar na acht jaar is de ander nooit meer eng, heeft verstoppen geen zin meer en weet je eigenlijk alles al. Dat klinkt misschien saai, maar dat is het geenszins. Juist het elkaar door en door kennen is het mooiste wat er is.

En weet je wat zo leuk is? Hij blijft grappig, die man van mij. Acht jaar lang lach ik al om zijn grappen. En dat is uiteindelijk zo’n beetje het belangrijkste. Dat je elkaar leuk blijft vinden. Het lukt ons voortreffelijk eigenlijk. 

Op naar de volgende acht jaar dus. Voor je het weet, is het zo ver, vrees ik. Ik vind oud worden maar angstig en vervelend. De tijd brengt me onverbiddelijk steeds dichterbij de dertig – zó eng vind ik dat. Maar ik vind mijn troost in de aanblik van nog altijd verliefde opa’s en oma’s. Mensen die overduidelijk zo verknocht aan elkaar zijn, dat zonder de ander leven bijna niet te doen is. Neem nou het stel uit onderstaand filmpje. Ontroerend schattig. Zo oud worden is zo erg nog niet.



17 april 2014

Zee

Ik heb een zwak voor poëtische Nederlandstalige liedjes in combinatie met gitaren. 
Ze zijn volmaakt als ze dan ook nog over de zee gaan.


15 april 2014

Het meisje en de aap


Vorige week was ik een dagje met mijn grote dochter in de Apenheul. 


Apen zijn geweldige dieren. 


En Noa is een geweldig mens.

9 april 2014

Herdruk in aantocht

Net voor wij vijf jaar geleden trouwden, schreef ik mijn debuut.
Het boek kreeg de titel 101 redenen waarom ik met jou trouw.


Het boek kende een oplage van 1. Alleen mijn geliefde echtgenoot kreeg er één cadeau.
Op onze trouwdag. Opdat hij nooit vergeten zou waarom ik met hem trouwen wilde.

Honderd-en-één redenen, dat klinkt misschien veel. Maar ik kan je vertellen: het was een peuleschil. Ik rammelde ze zo uit mijn mouw. 



Echter, vandaag constateerde ik - tijdens de strijk - dat het boek na vijf jaar toe is aan een tweede druk. Niet omdat er zoveel vraag naar is (gek genoeg vallen de verkoopcijfers erg tegen), maar omdat ik nog een reden heb bedacht die eigenlijk niet ontbreken mag.

Zeer binnenkort verschijnt dus de herdruk met als titel 102 redenen waarom ik met jou getrouwd blijf. Op de laatste pagina komt dan:

102. Je draagt vrijwel nooit overhemden.

Zó fijn is dat.

7 april 2014

Gelukkig kind

Gelukkig kind,
dat ligt en laat geworden
al 't geen den mensch
zoo driftiglijk beroert

Gelukkig kind,
dat niet en peist op morgen,
dat alles mint
en nijdig niets beloert

Gelukkig kind,
dat elken stap in 't leven
een stap vernaarst
aan 't heilig kinderland!

Gelukkig kind,
'k zou alles alles geven
voor uw geluk, mijn kind, 
dat ligt en roert in 't zand!

Guido Gezelle, 1860


Bijna twintig jaar geleden schreef mijn allerliefste moeder bovenstaand gedicht in mijn poëziealbum. Ernaast plakte ze een foto van mij in het zand.
 De geschiedenis herhaalt zich. 
Of nou ja. Voorlopig moet Noa het even hier mee doen. 
Bij gebrek aan een poëziealbum.


6 april 2014

Zwijgen en spreken

Een jaar geleden reden wij met Noa en een neefje naar het zwembad. Noa zei destijds nog niets. Het neefje daarentegen kletste ons de oren van het hoofd. Toen we bij het zwembad aankwamen, zeiden we tegen elkaar: “Stel je voor dat wij over een jaar zo’n kletsend kind op de achterbank hebben! Dat moet prachtig zijn!”

Gisteren reden wij met Noa en Sifra naar Kootwijkerzand. Sifra zei niets. Noa daarentegen kletste ons de oren van het hoofd. Toen we de parkeerplaats opreden, zeiden we tegen elkaar: “Weet je nog dat we ons zo verheugden op een tetterende Noa? Nu hebben we er één!”

Een kletsende peuter is fantastisch. Met kletsende volwassenen ligt dat soms anders. Laatst las ik in Spreuken 17: “Wie kennis van zaken heeft, houdt zijn woorden in. Iemand met inzicht is bezonnen van geest. Zelfs een dwaas die zwijgt, wordt wijs geacht; wie zijn lippen op elkaar houdt, verstandig.” Een wijze les voor een blatend wezen als ik.

Vanmorgen preekte de dominee over een zwijgende Jezus. Jezus zweeg toen Hem onrecht werd aangedaan, toen Hij geslagen werd en toen Hij vals beschuldigd werd. In de Mattheüs Passion klinkt het: “Aber Jesus schwieg stille". Niet uit dwaasheid, niet uit hoogmoed, maar uit liefde.

“Toen betaling geëist werd, werd Híj verdrukt, maar Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open." (Jesaja 53)

Na de dienst zongen we twee psalmen. De ene psalm was een gebed om te zwijgen als dat moet:

Zet, Heer, een wacht voor mijn lippen,
Behoed de deuren van mijn mond.
Opdat ik mij, tot genen stond,
Iets onbedachtzaams laat ontglippen.

De andere psalm was een belofte om te spreken omdat het moet:

Mijn God, U zal ik eeuwig loven,
Omdat Gij 't hebt gedaan. 

Zwijgen en spreken op het juiste moment. Een hele klus, als je het mij vraagt. 




22 maart 2014

Christelijke Opvoeding

Noa, bij het zien van een plaatje waarop Jezus aan het kruis staat afgebeeld: 
"Heere Jezus op de molen!"

We beginnen gewoon weer bij les 1 vanavond.

19 maart 2014

Verlof

Over minder dan twee weken word ik weer op mijn werk verwacht. Een maand geleden moest ik er nog niet aan dénken om weer aan de slag te gaan, maar ik begin er steeds meer zin in te krijgen. O, ik vermaak me nog prima hoor. Ik geniet van mijn meiden en verveel me niet, in tegendeel. Maar ik zie er stiekem toch wel weer naar uit om even 'doei' te zeggen tegen mijn huis en de dagelijkse sleur gang van zaken.

Een paar maanden verlof is dus precies lang genoeg. Ik ben weer fit, mijn lieve dochter begint een ritme te krijgen en mijn hoofd heeft weer zin om bezig te zijn met andere zaken dan strijken, wandelen, wassen, dweilen, Duplo-torens bouwen, soppen, flessen geven, stofzuigen, boekjes lezen en luiers verschonen.

Maar hoe zit dat met het vaderschapsverlof? Is dat ook 'precies lang genoeg'? Nou, nee. Nederlandse mannen hebben gemiddeld twee dagen vrij na de geboorte van een kind. Twee dagen! Ter vergelijking: in IJsland ligt dat aantal op 90, in Duitsland op 60 en in Finland op 24. Nederlandse mannen komen er dus bijzonder bekaaid af.

Ik pleit voor een vaderschapsverlof van tenminste twee maanden. En niet alleen omdat ze dat verdienen na die weerzinwekkende, traumatische bevalling en die vreselijke, ellenlange zwangerschap vol gezeur, gekots en geklaag. Nee, er zijn nog veel meer voordelen van een lang vaderschapsverlof. Een betere band met de kinderen, een betere verdeling in het huishouden, slimmere kinderen, een beter huwelijk en een langer leven. Lees zelf maar.


En haar moeder, dat ben ik

Sifra zit te kijken
Zomaar, midden op de dag
Naar alle mooie dingen 
die ze eerder nog niet zag
In de vijvers van haar ogen 
Ligt de toekomst voor haar klaar 
Maar ze kan er nog niet bij 
Dus kijkt ze maar 

O, de onschuld vormgegeven 
In die schitterende blik
Blijf je maar verwonderen
Ieder ogenblik

Sifra zit te lachen 
Zomaar, dwars door me heen
En ik heb weer eens geen idee 
waar ik nou heen verdween
Ergens verloren in haar ogen 
Ergens verdronken in haar ik 
Ze is de mooiste van de wereld 
En haar moeder, dat ben ik



(Naar 'Ezra' van Acda & De Munnik)
En haar moeder, dat ben ik